Ik mis de dansende bananen
Eind oktober deden Europarlementariërs een beroep op grote merken om te stoppen met adverteren op Facebook en Google. De platformen zouden een ‘ontluikend en snelgroeiend probleem zijn voor privacy, sociale cohesie en democratie. De vraag is of deze noodkreet bij marketeers indruk heeft gemaakt.
Facebook en Google zijn bijzondere media. Je zou het misschien niet denken maar het zijn niet de gebruikers die de grootste verslaafden zijn van deze diensten, maar de marketeers. Alleen al in 2020, werd door Europese bedrijven een kleine 70 miljard euro aan advertenties bij de twee uitgegeven. Van al deze klinkende euro's gaat meer dan driekwart naar Facebook en Google zelf. Komt daar na de brandbrief uit Brussel dan een einde aan? Spoiler alert: tuurlijk niet!
Kijk je met een professionele bril dan zijn de advertentiesystemen van de techreuzen geweldig. Nooit eerder waren deze zo goed af te stemmen op een bepaalde doelgroep. Daarnaast kan je door snelheid en flexibiliteit campagnes constant optimaliseren. Toch wringt er iets. Persoonlijk heb ik al en tijdje best wat moeite met de digitale hangplek van Zuckerberg. Ondanks dat ik wel eens gekscherend Like Hendrixen wordt genoemd, heb ik nog wel een account, maar van alle social platforms, kom ik er nét iets vaker dan op Hyves. De reden? Als ik die blauwe F open klik, ben ik er na vijf Coronadiscussies al weer klaar mee. Ik verlang naar de vervlogen tijd van gezellige vakantiekiekjes, check-ins en dansende bananen.
Volgens de Europarlementariërs zijn de platforms rondom gevaarlijk. Facebook zou een ‘ondoorzichtig en giftig ecosystemen’ zijn dat zorgt voor polarisatie. De algoritmes van overspoelen de wereld met nepnieuws en lariekoek over de pandemie. Daarnaast stellen kenners dat al dit de aanjagers zijn van de rellen die we zagen in Rotterdam en Den Haag. ‘Het resultaat is meer verdeeldheid, meer schade, meer leugens, meer bedreigingen en meer strijd. In sommige gevallen heeft dit gevaarlijke online gebabbel geleid tot daadwerkelijk geweld dat zelfs mensen doodt’, schreef Facebook-klokkenluider Haugen onlangs, op basis van vertrouwelijke interne documenten. Dat is toch best heftig, maar is het vragen om een advertentiestop haalbare kaart?
Het is niet de eerste keer dat bedrijven worden opgeroepen te stoppen met adverteren op Facebook en Google. In 2020 zette bijna 200 bedrijven de Facebook-advertenties op pauze om een signaal af te geven en (ook niet onbelangrijk) wat karma punten te scoren. De inzet was toen om de haat en racisme op het platform een halt toe te roepen. Deze break was van zeer tijdelijke aard en kostte Facebook nog geen 60 miljoen Euro. Niet heel veel als je weet dat het platform dagelijks meer dan 300 miljoen binnen harkt. Een olifant heeft meer pijn als hij gestoken wordt door een mug.
Dat er iets moet veranderen is zeker, maar het lijkt me stug dat Zuckerberg wakker ligt van wat Europarlementariërs. Misschien hadden ze beter de Europese burgers kunnen vragen massaal het platform te verlaten. Deze exodus is al een tijd bezig onder jongeren. Het is de vraag wanneer de oudjes volgen. Misschien dat dit Mighty Mark wel aan het denken zet en de nodige verandering aanwakkert. Dat kan je toch hopen? Toch?

